Info over wol en vilten


Vilt-o-rama
De website voor iedereen die een kijkje wil nemen
in de wereld van wol en vilt

De meeste wol die gebruikt wordt om te vilten komt van schapen. Maar ook wol van bijvoorbeeld kamelen, geiten en konijnen kan gebruikt worden. De meest gebruikte schapenwol is Merinowol. Deze van oorsprong Spaanse wol levert een fijne scheerwol. Maar ook andere wolsoorten zijn zeer geschikt om te vilten en volop verkrijgbaar, zoals Wensleydale en Gotland. Maar let op, niet alle wol vervilt even makkelijk.

De wol wordt na het scheren eerst gewassen. Daarna wordt de wol gekaard. Dat is het ontwarren van de vezels. Dit gebeurt met een handkaarder, ook wel wolkam genaamd. Een kaarder is een plank met stalen punten die aan het uiteinde een beetje omgebogen zijn. Hiermee wordt het grofste vuil uit de wol verwijderd en de wolvezels komen in een richting te liggen. Aangezien het kaarden met de hand best zwaar werk is, kan je ook kaarden met een kaardemolen (handmatig of elektrisch). Maar je kan natuurlijk ook gekaarde wol kopen.

De wol kan ongeverfd gebruikt worden, maar kan ook geverfd worden. Wol kan met plantaardige verfstoffen geverfd worden. Je moet dan eerst de wol beitsen. Hierdoor gaan de schubben van de wolvezels openstaan waardoor de verf zich beter zal hechten. Daarna kan je bijvoorbeeld met natuurlijke materialen zoals bijvoorbeeld met uienschillen of zevenblad de wol verven. Uiteraard kan je ook chemische geverfde wol gebruiken.

Kaardvlies: Gekaarde wol die in meerdere lagen op elkaar wordt gelegd. De vezels liggen door elkaar heen.

Lontwol (kamband): Gekaarde wol waarbij de vezels allemaal in dezelfde richting liggen. De wol wordt samengevoegd tot een lint.

Naaldvlies: Een dunne lap wol die door middel een bewerking met vele viltnaalden in de fabriek is verwerkt tot een dun vlies

Wolvilt: Een lap van wol die door machines gepuncht wordt tot een sterke lap. Je kunt deze wolviltlappen verwerken tot onder meer popjes en beestjes.

Als je wilt natvilten dan gebruik je water, zeep en beweging om er voor te zorgen dat de vezels van de wol gaan samenklitten. Door het water gaan de schubben van de wolvezels open staan en door de beweging zorg je er voor dat de schubben in elkaar haken. Tijdens het natvilten gebruiken we een alkalische zeep, bijvoorbeeld olijfzeep. Deze helpt bij het vervilten van de wol en door de zeep kunnen je handen makkelijk over het werkstuk glijden. Door het in elkaar haken van de wol zal het werkstuk krimpen. Dit is meestal rond de 30%.

Bij het droogvilten maak je gebruik van een viltnaald. Deze naald heeft aan het uiteinde weerhaakjes. Door lootrecht in de wol te prikken kan je de wol aan elkaar vast zetten. Hoe meer weerhaakjes en hoe vaker geprikt, hoe steviger de wol aan elkaar komt te zitten.

Bij wolvilten wordt gebruik gemaakt van viltlapjes die in de fabriek gemaakt zijn. Het is stevig vilt, maar valt ook soepel. Natuurlijk kan je zelf ook eerst lapjes vilten. Met behulp van pijpenragers en eventueel houten kralen kan je vele figuren maken. Vaak wordt voor de afwerking van de haren van de figuren weer gekrulde wol gebuikt.

Microncount: De microncount van wol geeft de zachtheid van wol weer. Hoe lager deze microncount, hoe zachter de wol is. Ga er vanuit dat wol met een microncount onder de 26 µ niet irriteert en makkelijk op de huid gedragen kan worden.

Waar komt de wol vandaan?

In onze kleding, interieurproducten en in andere toepassingen zit vaak wol verwerkt. Deze wol komt vaak buiten Europa vandaan. Grootschalige lokale productie in Europa is duurder door hogere lonen en strengere wetgeving.

Een groot deel van de wolproductie komt uit Australië waar de merinowol een hogere kwaliteit heeft, met name wat de fijnheid van de wol betreft.  Andere wolproducerende landen zijn Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, China en Nieuw Zeeland. De verwerking van de wol vindt met name plaats in Azië.

Er zijn diverse certificeringen keurmerken voor verantwoord geproduceerde producten. Zo is er bijvoorbeeld de Oekotex standaard voor geverfde wol en zijde­producten. Of de GOTS standaard voor ecologisch en sociaal verantwoord textiel. Tamelijk nieuw is RSW, de Responsible Wool Standard, die de gehele keten van schaap tot eind­product kan omvatten.

De wol om te vilten is eigenlijk min of meer een bijproduct van de textielindustrie. Het grootste deel van de wol gaat naar grote ververijen en spinnerijen van textiel­garens. Voor wolverkopers en gebruikers van wol wordt maar een klein deel van de wol gebruikt en is het moeilijk de herkomst van de wol goed inzichtelijk te maken.
Als het om diervriendelijkheid gaat, doelt met vaak op mulesing, Dit is een methode die wordt toegepast in Australië. Dit is het wegsnijden van de huid met diepe plooien rond het achterwerk van het schaap. Dit om te voorkomen dan de schapen besmet worden met de dodelijke en pijnlijke infectie door vliegen.  

Mulesing

Als het gaat om diervriendelijkheid, doelt men in verband met wol vaak op mulesing, het wegsnijden van huid rond het achterwerk van een schaap. Dit is een methode om een voor schapen vaak dodelijke infectie door vliegen (myiasis) te voorkomen. Deze pijnlijke behandeling wordt uit kostenoverweging soms onverdoofd uitgevoerd.
Niet alle schapen­houders gebruiken de methode. De praktijk is sinds 2010 “op vrijwillige basis verboden”, maar het is bekend dat lang niet alle Australische schapenhouders zich hieraan houden. Het aantal is echter onder druk van afnemers, media en o.a. consumenten­organisaties wel groeiende. En er zijn ook initiatieven zoals New Merino, waarbij de wol afkomstig is van merinoschapen die gefokt zijn met minder diepe huidplooien. Daardoor is de kans op myasis-infectie sterk afgenomen en is mulesing onnodig.
In Nieuw-Zeelandet is mulesing met ingang van oktober 2018 wettelijk verboden. Er staan zware boetes op over­treding van het verbod. In praktijk werd mulesing in dit land de laatste jaren al bijna niet meer toegepast. Het land heeft hiermee een grote voorsprong op Australie.
Door het koelere klimaat is mulesing in Zuid-Amerika niet gangbaar. Wol van dit continent is daarom bij kritische consumenten in opkomst. De kwaliteit is doorgaans ook uitstekend, hoewel de fijnheid achterblijft bij wat Austra­lische merino’s soms produceren.

Voor zover het mogelijk is te traceren, is de Australische wol die verkocht wordt museling vrij. De wol uit Zuid-Amerika en de Europese wol zijn museling-vrij.